Grenzen stellen, hoe doe je dat?

Begrenzen, hoe doe je dat?

Deze vraag werd mij laatst gesteld. Het was in dit geval niet zo dat er geen grenzen werden gesteld, in tegendeel er waren veel grenzen. Er werd alleen niets mee gedaan.

De vraag is dus vooral: Hoe stel je grenzen op zo’n manier dat er ook naar wordt geluisterd, dat ze ook echt begrenzend zijn? Want grenzen stellen is over het algemeen niet zo moeilijk. Je ziet dat je kind iets doet of gaat doen wat je niet wil en dus zeg je er wat van.
Alleen… hoe doe je het op zo’n manier dat je kind er ook naar luistert én handelt? Dat is een ander verhaal. En waar zit hem dat nou in? Wil jouw kind het niet horen? Begrijpt je kind het niet? Wil het gewoon dwars doen? Of ben je niet duidelijk geweest?

 

Geen niet-boodschappen
Om te beginnen is het belangrijk hoe je je boodschap brengt. Wat verwarring schept is een niet-boodschap. Onze hersenen kunnen niets met het woordje niet. Een bekend voorbeeld daarvan is de roze olifant: Probeer daar maar eens niet aan te denken. Dat valt nog erg tegen!
Zo werkt het ook voor onze kinderen. “Niet rennen!”, “Schreeuw niet zo”,”Niet slaan!”, enz. , het zijn in feite bijna suggesties voor jouw kind! Buig het dus om naar wat je wel wil: “Rustig lopen”, “Zachtjes praten, gebruik je binnenstem”, en “Doe voorzichtig met mij / elkaar”. Dit komen veel beter aan en geven aanwijzingen waar jouw kind wat mee kan! Je zegt zo namelijk wat je kind wel kan en mag doen, je geeft hiermee een alternatief.

 

Waarom stel je een grens?
Maar eerst is het handig om eens te kijken waarom je een grens stelt. Daar kunnen natuurlijk verschillende redenen voor zijn. Als er gevaar dreigt bijvoorbeeld. Stel je kind rent op een afgrond af. Dan zul je als vanzelf ingrijpen en “STOP” roepen. Zo’n grens wordt over het algemeen heel goed gehoord én aanvaard: Je kind zal stoppen met rennen en wellicht wat verbaasd kijken;-)
Een andere reden om je kind te corrigeren is als het iets doet wat niet mag. Bijvoorbeeld van de eettafel af springen. Nu kan je zeggen: “dat is toch ook gevaarlijk….” Maar toch zie je vaak dat kinderen dan niet zo snel (of helemaal niet) luisteren naar jou :”NEE, niet doen”.
Waar zit hem dat nou in?

 

Wat is de intentie?
Als we eens kijken naar de intenties waarmee de kinderen uit de voorbeelden bezig zijn dan zijn ze in beide situaties verschillend. Het kind uit de eerste situatie is zich van geen kwaad (en gevaar) bewust, schrikt van jouw geroep en stopt. Daarbij heeft hij vooral ook op de angst in jouw stem gereageerd. Jouw boodschap valt hier samen met jouw emotie, je bent congruent en daardoor heel duidelijk voor jouw kind.

In het tweede voorbeeld speelt een heel andere energie: hier zit uitdagen in, energie uitleven en kijken hoever ik kan gaan. Kijken of er wordt gereageerd en hoe? En in jouw reactie klinkt eerder irritatie dan angst door, zeker aan het einde van een lange dag… Dat heeft een ander effect op jouw kind! In jouw begrenzing klinkt nu irritatie, vermoeidheid, ‘daar gaan we weer…’ Allemaal verschillende emoties die niet stroken met wat je zegt en dus kan jouw kind er niets mee.

 

Wat dan wel te doen?
Jouw kind heeft de behoefte zijn energie uit te leven, uitdagingen zoeken maar jij wilt even niets aan je hoofd, even rust… Hoe kan je ervoor zorgen dat jullie beide aan je trekken komen? Misschien kan je kind even buiten spelen? Een hut in zijn kamer bouwen. Samen een stukje fietsen?
Of andersom, ga jij even met een fijn boek 10 minuten op de wc zitten met de deur op slot, even bijkomen en daarna weer fris naar je kind toe. Je zult zien dat het spel dan veranderd is!
Het is dus heel belangrijk dat jouw boodschap klopt met je emoties. Zo niet dan komt de boodschap niet aan bij jouw kind!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.